Afgelopen weekend was het zover, een weekendje weg. Vrijdagmiddag na afloop van het bezoek aan de grote ondergrondse buis die ervoor dient om overtollig regenwater af te voeren zodat Tokyo niet overstroomt (door al dat beton en asfalt trekt water hier niet automatisch voldoende in de bodem), ben ik naar Minakami vertrokken voor een weekendje Onsen. Eindelijk overnacht in een echte Ryookan (traditioneel Japans hotel) met tatami-matten op de vloer en een lage tafel met stoelen zonder poten, zodat je op de grond zit thee te drinken. Minakami ligt twee uur met de trein vanaf Tokyo, maar het weer is er totaal anders. Liep ik in Tokyo nog in een -weliswaar koud- zonnetje, in Minakami lag een pak sneeuw zoals ik het nog nooit had gezien. Huizen en auto's waren helemaal ingesneeuwd. 's Ochtends na het ontbijt (ook typisch Japans, dus veel rijst, rauwe vis en pickled vegetables) vertrokken we met de taxi richting Takaragawa-onsen, volgens de Lonely Planet een van de mooiste van Japan. Daar hadden we meteen een fijn leermoment. De Japanse taxichauffeur gaf aan dat er ook een nieuwe onsen in de buurt zat, waarnaartoe het misschien een iets veiliger rit zou zijn. Wij keken naar buiten en zagen straaltjes warm water uit de straat komen om de sneeuw te laten smelten en de weg sneeuwvrij te maken. En we waren natuurlijk gekomen voor Takaragawa-onsen, dus we vroegen of Takaragawa-onsen ook gewoon oke zou zijn. Ja hoor, prima, antwoordde de taxichauffeur (uiteraard in het Japans...), waarna wij enthousiast op pad gingen. Echter na een paar honderd meter hielden de waterstraaltjes op en belandden we in een totaal witte wereld. Op een gegeven moment probeerden we tevergeefs een berg op te komen, maar bleven we samen met nog een reeks auto's steken in de gladde sneeuw. Waarna de, behoorlijk op leeftijd zijnde, taxichauffeur moest uitstappen om sneeuwkettingen aan te leggen. Dat duurde maar en ik voelde me steeds schuldiger dat ik mijn zin had doorgedrukt. Toen ik aangaf dat het me speet omdat ik dit echt niet had verwacht, sterker nog, dat ik nog nooit zoveel sneeuw had gezien en dat we maar moesten keren als het niet ging lukken, verzekerde de taxichauffeur dat het prima was. Ook al moest hij meerdere malen uitstappen om de sneeuwkettingen goed te doen, hij keerde niet om. Met een enorm ongemakkelijk gevoel kwamen we uiteindelijk aan bij de onsen en ik moet zeggen, het was de rit waard. Sterker nog, ik ben nog nooit op zo'n eigenaardige plek geweest. Van de receptie naar de kleedkamers liep je onder een soort droogloop door die aan weerszijden helemaal vol stond met door de jaren heen verzamelde meuk. Alsof dat niet genoeg was, liepen we daarna tegen een kooi aan met, jawel, drie levende beren! Logisch natuurlijk, dat ze in een onsen beren hebben.
Toen was het eindelijk zover, buiten in de sneeuw, in een sprookjesachtig landschap met je blote kont in een heetwaterbad! Maar aangezien dit een gemengd bad was werden vrouwen geacht een zogenaamde decency towel te dragen, dus zat ik met een grote gele handdoek om in de onsen. Vooraf had ik wel mensen met handdoekjes op hun hoofd zien zitten, maar had dit eerlijk gezegd afgedaan als aanstellerij. Echter merkte ik dat je toch echt de warmte minder goed vasthoudt zonder dat handdoekje. Dus na enige tijd zag ik geen andere optie dan dat dit de Japanners hun lucky day was en heb de rest van de middag doorgebracht met de decency towel op mijn hoofd. Ik moet zeggen dat zo'n onsen wel echt heerlijk is en dat het bizar is om in de sneeuw in een heet bad te zitten terwijl je overal besneeuwde bergtoppen om je heen ziet. Dus, een aanrader, ik ga binnenkort zeker nog een keer!
X Saskia
PS: foto's volgen (de decent version dan...)
maandag 18 februari 2008
dinsdag 12 februari 2008
Maakbare toekomst
De afgelopen dagen heb ik veel leuke en interessante dingen gezien! Maandag in Nikko heb ik een ontzettende tempelrace gehouden, er is daar een complex vol tempels die er, vooral in de sneeuw, erg fijn uitzagen. Ik moet toegeven dat ik na een middag vol tempels en vrieskou er wel een beetje klaar mee was en met alle plezier in een klein restaurantje aan de yakitori en noodles ben gegaan. Wel vond ik het bijzonder om te zien hoe graag Japanners op vakantie gaan in hun eigen land en hoe ze dat dan doen. Een van de dingen die ik hier geleerd heb is dat Japanners niet van onverwachte dingen houden en hun activiteiten graag goed georganiseerd en gladjes verlopend zien. Vandaar dat bij aankomst bij het tempelcomplex een grote pittoreske parkeerplaats is gerealiseerd zodat je met de bus tot aan de deur kan komen en je vervolgens simpelweg de route volgt in een lange sliert mensen om er zeker van te zijn dat je geen tempel overslaat of in het oerwoud verdwijnt. Nu hoor je me niet beweren dat je in Tibet reist als een echte Tibetaan (gezien de hordes souvenirs verkopende mensen) of ongestoord mag struinen door het Potala Paleis (alles behalve), maar hier was alles wel erg goed georganiseerd. Sowieso was het erg lekker om even uit de stad te zijn en wat frisse lucht mee te pakken. Op de foto's zie je trouwens een ritueel wat je veel bij Shinto-shrines ziet, houten kaartjes waarop je een wens schrijft en die je vervolgens met een muntje ophangt op een bord met andere kaartjes. Ook kun je voor ca. 100 yen (70 cent ongeveer) een briefje kopen met een toekomstvoorspelling. Praktisch detail, als de voorspelling je niet bevalt, hang je het briefje aan de boom en koop je een nieuwe. Dit herhaal je totdat je toekomst er rooskleurig uitziet! Hoe handig is dat!
Vandaag heb ik een erg leuke excursie gemaakt naar Taisei Technology Centre. Ik ben hier natuurlijk met een groep van achttien mensen met verschillende professionele achtergronden, dus de ene excursie is interessanter voor de een en een volgende voor de ander. Vandaag heb ik gezien hoe ze in Japan oplossingen aan het ontwikkelen zijn om aardbevingsbestendig te bouwen. Ik heb een voorbeeld gezien van een fundering op rubber tussenstukjes om trillingen op te vangen en hele delen in de funderingen die horizontaal kunnen buigen op een manier dat het gebouw erboven recht blijft staan. Ik kan nu hier mijn foto's niet uploaden (de Nikko-foto's zaten nog in mijn mailbox), maar volgende keer zal ik foto's toevoegen. 
zondag 10 februari 2008
neusjes van de zalm en oogjes van de tonijn...
Zo, 't heeft even geduurd, maar ik ben eindelijk helemaal over mijn vermoeidheid heen en voel me weer helemaal 't vrouwtje. Ik ben nu dan ook meteen doorgeschoten naar het andere uiterste, loop breed lachend over straat en val bij elke baksteen in katzwijm. Morgen is het in Japan een feestdag en dat betekent een lang weekend. En dat is wel erg welkom, want zoveel tijd om dingen te bekijken is er op zich niet. Wel is er een aantal excursies georganiseerd, waardoor ik vorige week naar de Asahi krant, Canon en de Tsukiji vismarkt ben geweest. Voor die vismarkt ben ik om 4 uur opgestaan om om half zes tussen de diepgevroren tonijnen te lopen, een veiling mee te maken en om 7 uur aan de sushi te zitten. Daar een van de lekkerste dingen gegeten ever: unagi, gegrilde aal met een bruinig sausje op een klontje rijst. Die vis kwam rechtstreeks uit de hemel vallen op mijn bordje denk ik! Maar goed, we zijn toen met de hele groep uitgenodigd door onze gids, tevens sushi-boer, Suzuki-san om bij hem in het weekend een all-you-can-eat-sushi sessie te doen. Nou, dat hebben we geweten. Gezien de lengte van een aantal groepsgenoten moet Suzuki-san gedacht hebben dat wij achttien uitgehongerde wolven waren. Het begon meteen goed toen Suzuki-san ons een Japanse delicatesse voorschotelde, namelijk gebakken tonijnehoofd, met oog! Juist, en hij stond erop dat het op moest. Het vlees smaakte prima, maar ik moet toegeven dat een stuk tonijneoog geen aanrader is... Na een aantal klassiek lekkere sashimi en sushi kwam hij met gebakken garnalenhoofdjes met pootjes, zeg maar alles behalve wat je normaal van een garnaal zou eten. En wederom moest alles op. Ik probeerde de hersentjes nog even van het topje van mijn pinkje af te vegen aan de rand van mijn bord, maar Suzuki-san hield ons goed in de gaten. Dus in het kader van de culturele integratie heb ik ze maar opgegeten. Ook geen aanrader, hoewel het idee me meer tegenstond dan de smaak, eerlijk is eerlijk. Maar dat geleedpotigen in gebakken toestand altijd naar chips smaken is denk ik toch een fabel... Ik nam me na afloop voor voorlopig geen sushi meer te eten, maar twee dagen later vond ik mezelf toch weer aan een lopende band met sushi. Dat blijft toch een leuk principe...



De afgelopen dagen heb ik eindelijk eens wat buurtjes verkend waar ik nog niet geweest was. Gisteren was ik in Asakusa, een buurt gericht op traditie en Shinto-shrines. 's Avonds raakte ik in een noodle-restaurantje aan de praat met een Japanse vrouw van ongeveer mijn moeder's leeftijd. Het Japans gaat inmiddels toch wel heel aardig, ik stond van mezelf te kijken! Nadat ze me had getrakteerd op een koffie liepen we een stukje samen op. Ze vond 't denk ik erg grappig dat ik haar taal spraak en dat ik zo geinteresseerd was in haar land en bovendien zij ze dat ze me te mager vond (!), dus kreeg ik onder protest mijnerzijds nog twee zakken met Japanse zoutjes mee! Dat is toch erg leuk als je alleen dingen onderneemt, dan kom je af en toe met mensen aan de praat die je anders nooit zou leren kennen. Japanners zijn doorgaans wel gecharmeerd van Nederlanders (onze band gaat inmiddels 400 jaar terug) en ze kennen allemaal de tulpen, windmolens, haring en Rembrandt.
Morgen wordt 't tijd om eens de stad uit te gaan en de natuur in te trekken. Ik vertrek vroeg naar Nikko. Hopelijk kan ik daar volgende keer meer over vertellen...
Tot later!
Abonneren op:
Posts (Atom)